De herstelling van het priesterschap
God heeft altijd zijn dienstknechten de profeten het gezag gegeven om in zijn naam te handelen. Dat gezag heet het priesterschap. Jezus Christus heeft het priesterschap aan zijn oorspronkelijke twaalf apostelen gegeven. Na de hemelvaart van Jezus gaven zij dan ook leiding aan het werk van zijn kerk. Maar toen de apostelen gedood werden, verdween het priesterschap geleidelijk van de aarde.
In 1829 ontving Joseph Smith het priesterschapsgezag om de kerk van Christus opnieuw te organiseren. In 1830 is dezelfde kerk van Jezus Christus die eeuwen geleden ook op aarde had bestaan, opnieuw georganiseerd en hersteld. De priesterschap heeft twee afdelingen. Het lage priesterschap heet het Aäronische priesterschap, naar Aäron uit het Oude Testament. Het omvat het gezag om het evangelie van bekering te verkondigen en om te dopen. Het hoge priesterschap heet het Melchizedekse priesterschap, naar Melchizedek in het Oude Testament. Het omvat het gezag om de kerk te presideren en alle verordeningen te verrichten, inclusief het verstrekken van de gave van de Heilige Geest.
|