Devin antwoordde…
Tjonge. Waar moet ik beginnen? Mijn verhaal begint vlak voor de zomer van 2003, toen ik mijn vrouw ontmoette, die in het evangelie was opgevoed. We leerden elkaar kennen op een blind date, waar we geen van beiden naar hadden uitgekeken. De meeste mensen praten over oppervlakkige onderwerpen als ze elkaar voor het eerst ontmoeten. Maar wij spraken diepgaand over onze godsdiensten. Hoewel we allebei niet actief in onze kerk waren, beseften we al snel hoe ongebruikelijk het was dat we al zo vroeg in onze relatie zo rustig over godsdienst konden praten. We vonden elkaar erg aardig en besloten om elkaar beter te leren kennen.
Pas toen onze relatie serieus begon te worden, voelden we ons soms wat ongemakkelijk. Het huwelijk kwam al snel ter sprake, met haar uitleg over hoe belangrijk het tempelhuwelijk voor haar was.
Aan collega’s van wie ik wist dat ze lid van haar kerk waren, begon ik heimelijk vragen te stellen. Toen zij aan mij hadden uitgelegd wat het betekent om naar de tempel te gaan, begon ik te begrijpen dat we een diepgaander gesprek moesten hebben over wat we van elkaar verwachtten.
We besloten elkaars kerk te bezoeken om er meer over te weten te komen. Ik weet nog dat ik vond dat er zoveel overeenkomsten waren. Na verloop van tijd vond ik dat ik aan haar moest uitleggen dat ik nooit een heilige der laatste dagen zou worden en dat we dus nooit in de tempel zouden trouwen. Ik had ten slotte twee jonge dochters die ik als Jehova’s getuige grootbracht, en mijn overtuiging was sterk. Later besloten we dat we elkaar voldoende lief hadden om onze verschillen te overwinnen.
Terwijl dat allemaal gaande was, vroeg ik toch haar ouders om de hand van hun dochter. Nadat ze hun bezorgdheid hadden uitgesproken, zeiden ze: ‘Nou, we zullen zien wat ervan terecht komt.’ Uiteraard zei zij ja!!!
Toen onze huwelijksdag dichterbij kwam, nam de spanning toe. Ik begon aan mijn relatie met haar te twijfelen. Ik weet nog dat ik aan God vroeg, die ik toen als Jehova aansprak, of ik wel de juiste beslissing nam. Ik herinner me nog goed dat mijn gevoelens duidelijk waren:
‘JA.’
Net als met alle relaties begonnen de problemen toe te nemen. We bereikten een belangrijk punt in ons huwelijk waarop we besloten dat het zo niet verder kon. We waren allebei ontdaan. Toen we op het dieptepunt waren beland, vroeg ze of ik weer met haar mee naar de kerk wilde gaan. Ik zei nee. Later vroeg ze of we de lessen van de zendelingen uit het Boek van Mormon konden volgen. Daar stemde ik mee in om haar en ons huwelijk te steunen. Hoewel het eigenlijk lessen voor haar waren, was ik degene die vragen begon te stellen. Hoewel ik als Jehova’s getuige al eerder gesprekken met zendelingen over het Boek van Mormon had gehad, merkte ik dat ik nog niet half zoveel van de heiligen der laatste dagen wist als ik dacht.
Het duurde niet lang voordat de lessen meer op mij dan op mijn vrouw waren gericht. Toen we de Schriften bestudeerden, vroeg ik me af waarom God zulke jonge mannen gebruikte, die niet veel van de Bijbel wisten, om met mensen over de kerk te praten. Toen moest ik aan koning Salomo denken, en wat een wijze koning hij op jonge leeftijd was. Ik besloot het advies van de ouderlingen Woods en Williams, op te volgen om het Boek van Mormon te lezen en God te vragen of het waar was.
Toen ik (Moroni 10:3-7) las, waarin de kracht van de Heilige Geest wordt uitgelegd, stond ik perplex. Hij is degene die van de waarheid van alle dingen getuigt. Alsof de sluisdeuren opengingen, moest ik opeens aan allerlei teksten denken. Ik was zo onder de indruk van de gevoelens die ik had toen ik dagelijks in het Boek van Mormon las. Ik kon het niet uitleggen of ontkennen.
Op een dag zei ik tijdens een les tegen de zendelingen dat ik geloofde wat ik had gelezen. Daar voegde ik aan toe dat ik mijn gevoelens moeilijk in bedwang kon houden, dat het wel leek alsof mijn hart zou ontploffen. Ze zaten me allebei vol verbazing aan te kijken. Toen lieten ze me (Alma 32:27-28) lezen. Het zaadje van de waarheid werd in mijn hart gezaaid, mijn vermogens werden opgewekt en het begon in mijn boezem te zwellen. Ik begon te zeggen dat het een goed zaadje was, en JA!!!, het begon heerlijk voor mij te zijn … het moest wel van GOD zijn!!!
Het werd interessant toen ze me vroegen of ik me wilde laten dopen. Dat vond ik zo vreemd dat ik ja zei. Dat hield in dat ik alles wat ik ooit had geleerd moest achterlaten, de godsdienst waarvan ik altijd had gedacht dat het de waarheid was, en de meeste familieleden en vrienden. Zoals u zich wellicht kunt voorstellen, stond mijn vrouw versteld!
Alles ging goed totdat ik mijn vrienden en familieleden moest vertellen dat ik had besloten om me in een andere kerk te laten dopen. Kortom, mijn hele familie, behalve één zus, en mijn meeste vrienden besloten om zich van me te distantiëren. Ondanks dat alles had ik nog steeds het gevoel dat de Heer dit van mij verwachtte.
Door dat grote verlies was ik volledig ontdaan, en ik kon geen datum kiezen waarop ik me wilde laten dopen. Dus deden de zendelingen dat voor me. Tot mijn verbazing kozen ze 22 april 2006. Die datum betekende zoveel voor me. Het getal 22 is mijn lievelingsgetal. Het was mijn rugnummer bij elke sport die ik heb beoefend. Het is de dag waarop ik mijn vrouw ten huwelijk heb gevraagd. Het is ook een van mijn lievelingshoofdstukken in het Boek van Mormon, 2 Nephi 22:2: ‘Zie, God is mijn heil; ik zal vertrouwen en niet vrezen; want de Heer Jehova is mijn sterkte en mijn psalm; ook is Hij mijn heil geworden.’
Ik heb me op 22 april 2006 laten dopen. Mijn twee dochters, die toen acht en veertien jaar oud waren, hebben de lessen van de zendelingen gevolgd en hebben zich in november 2006 laten dopen. Ik had het voorrecht om ze allebei te dopen en als lid van de kerk te bevestigen.
Mijn moeder, die mijn beslissing om me te laten dopen en met mijn vrouw te trouwen aanvankelijk niet accepteerde, is twee jaar later ook lid van de kerk geworden. Ik had ook het voorrecht om haar te dopen en te bevestigen. Een van mijn lievelingsliederen in de kerk is ‘’k Sta spraak’loos’, over wat de Heer allemaal voor ons heeft gedaan! Dat is precies hoe ik me iedere dag in het evangelie voel: SPRAKELOOS!!!
Meer tonen
Minder tonen